Sinds zijn melktanden is Evert de Moor gek op wielrennen. Met ingang van, zeg maar, het op zijn eind lopende TI-Raleigh-tijdperk is Evert steevast te vinden, waar een wielerliefhebber hoort te zijn: 'En Route', aan de kant van de weg. In een voorbijsnellend peloton, tijdens de Scheldeprijs van 2002, reageerde Servais op een groet van Evert. Een groet, zomaar in het wilde weg. De verwondering over het teruggroeten vertaalde zich in sympathie. Deze sympathie vertaalde zich op zijn beurt in een artikel over Servais, geschreven voor een personeelsblad. Met ingang van 2003 schrijft Evert voor deze site een column met de naam 'Aan de kant'. Geen column over geld, doping en combines! Wel een column over vrienden in het peloton, reacties na de finish en strijkkralende peuterdochters. Een column met een vette knipoog en soms (meestal bij toeval dan) met de spijker op de kop. Een column geschreven door een wielerliefhebber die anderhalf jaar ouder, vijf centimeter korter, zeker handiger met een voetbal en beslist onhandiger op kasseinen is dan ... Servais Knaven.

nummer 46 - oktober 2008


BRIEF AAN SERVAIS

Hulst, 28 oktober 2008

Beste Servais,

‘Mij hemel, weer een brief’, zul je zeggen. En inderdaad. Want ik richt me graag even tot jou persoonlijk om het over het afgelopen seizoen te hebben. Daarin stonden namelijk drie werkwoorden centraal: stoppen, doorgaan en laveren. Want ging je nu stoppen of niet? Of toch wel of toch weer niet? Maar goed, je gaat door. En waarom sta ik daar achteraf niet van te kijken? Want in de veertien wedstrijden die ik jou het afgelopen seizoen heb gevolgd, heb je overal inzet getoond. Gaten dicht gereden, de boel geregisseerd en je opgeofferd. Zelfs toen je in dat intens doorweekte Waregem lelijk op je rug gestuiterd was, had je het karakter in je flikker om alweer met een positieve blik naar de volgende koers uit te kijken. En heel vreemd, zoals je na de Scheldeprijs al zei: “Ik heb dit voorjaar nooit het gevoel gehad dat ik deze koersen voor het laatst reed”. En dan was er nog dat laveren. Want soms moest je de kool en de geit sparen. Gewoon omdat er nog te veel onzekerheid was voor 2009. En zonder probleem heb ik een enkele keer mijn column een ietsepietsje aangepast. Maar werkelijk, dat High-Road was in het begin toch één geweldig grap. Die pipo-wagen waarin ze jullie tijdens Het Volk hadden gestoken. Of dat shirt? Dat ontworpen was door één of andere trol uit de Oeral die zwaar gesubsidieerd diensten aanbiedt op de Westerse markt. Of was dat toeval?

Maar het meest frappante wat me is bijgebleven, is dat je afgelopen seizoen hebt laten zien dat je nog goed genoeg bent. Zowel geestelijk als lichamelijk. En dat de geest in orde was, mocht ik weer aan den lijve ondervinden. Zo vertelde je aan Tristan Hoffman dat je eens met mij gefietst had ... met een gemiddelde van 20 per uur. Of toen je na de finish van Parijs-Roubaix naar de verkeerde kant van de bus reed en heel verontwaardigd bleef volhouden dat ze tijdens de koers snel de deur aan de andere kant van de bus hadden gemaakt. Verbluffend! Maar ook fysiek zat het goed. Want je deed het toch maar met dat (relatief) oude lijf van je. En ik geef toe, het begon allemaal een beetje twijfelachtig. Want tijdens Het Volk was het op de Molenberg bekeken, tijdens Dwars door Vlaanderen was het net voor de Valkenberg gedaan en in de E-3 prijs was het na de Taaienberg al ‘Toet-toet-boing-boing-Peppi-en-Kokki’. En we laten even die suffe schuiver van je tijdens de Sparkassen Giro Bochum (wie wil hem niet op z’n erelijst …) buiten beschouwing. Maar waarom won de ploeg in De Panne, in de Scheldeprijs, in de Ster Electro Tour, in de Ronde van Oostenrijk, in de Eneco Tour, in Rund um die Nürenberger-Altstadt, in het Kampioenschap van Vlaanderen, in Sparkassen Münsterland en in Parijs-Bourges? Omdat jij daarbij was? Of was dat toeval?

Dan was er nog Parijs-Roubaix. Het belangrijkste dat ik daar van je gezien heb, is dat je een groot hart hebt. Want niemand die daar in de rondte reed, heeft die koers zovaak uitgereden als jij. En uitgerekend jij stond je wiel af aan George Hincapie, je kopman. “Dan geef ik m’n wiel wel ###verdomme”, schijn je tegen een ploeggenoot gezegd te hebben, die net de andere kant op keek om daar een neukend koppeltje kolibries te bestuderen . Respect is een gemeengoed! Na afloop sprak ik in de perszaal met fotograaf Graham Watson. Hij was zijn foto’s aan het up-loaden. Er zat er ook een foto jou bij. Ik vroeg hem of hij die foto uit respect voor je aantal deelnames wilde publiceren. Maar dat was niet aan hem. We spraken verder over “one of the hellish editions in history”, die van 2001. Hij vertelde over respect in het peloton. Over hoe in dat jaar op het Carrefour de l’Arbre de zwaar gevallen Rolf Sörensen naar hem riep om hem weer op zijn fiets te helpen. Maar de ‘professional’ in Watson koos ervoor om foto’s te nemen. “Sorry Rolf. Remember I’m a friend of Sean Yeates. Tour 1994…” Ik was het al vergeten toen ik in het juninummer van Cycle Sport een artikel met foto’s van Watson zag. Naast foto’s van Boonen en Cancellara was er een paginagrote foto van … jou. Je naam komt niet eens in het artikel voor! Maar die foto dan? Of was dat toeval?

Dit seizoen was er een lintje voor je. Een blijk van waardering voor iets dat nog niet ten einde is. Apart eigenlijk, maar niet minder oprecht. Iets waarmee jij zo min mogelijk geassocieerd wenst te worden. Naar buiten toe, in ieder geval. Naar dat andere kan ik raden. Hoe dan ook, dat lintje maakt jou geen ander mens, geen beter mens, geen slechter mens. Je doet je werk. Maar behalve plichtsbesef is er ook nog zoiets als trots. Want dat is het sportminnend deel van onze samenleving zeker op je. Of eigenlijk op alle mensen zoals jij, die ‘het zwaarste beroep van de wereld’ uitoefenen. Alleen als daar dan weer bijzondere verdiensten bijkomen, want hoe lang ben je nu al op een goede manier met de wielersport bezig, kennen wij het systeem van waardering in de vorm van een versiersel. En dat is leuk, vooral voor later. Maar ach, zo’n versiersel? Is je gezin niet het mooiste versiersel wat je hebt? Want zo zal jij ook dit relativeren. Daar ben ik van overtuigd! En, oh ja (vergeef het me…) Gilbert Duclos-Lassalle reed tot op heden als enige vijftien keer Parijs-Roubaix uit. Maar daarvoor had hij wel zeventien pogingen nodig. Jij kan deze klassieker volgend seizoen ook voor de vijftiende keer uitrijden. En als je dat lukt, heb je daar wel twee pogingen minder voor nodig gehad dan hem, het grootste Parijs-Roubaix-dier ooit. Of zou dat ook toeval zijn?

Met vriendelijke groeten,
Evert de Moor